
Rondwandeling op Goeree-Overflakkee
de Groote
Kreek Route

IVN-Rondwandeling
Lengte: 6,5 kilometer (ongeveer 2 uur)
Samenstellers:
Anne Marijke Elema en Yvonne Groenendijk.
Woord vooraf
In het kader van de eindopdracht voor de
IVN-natuurgidsencursus 2001-2002 is deze wandeling tot stand gekomen. “De
Groote Kreek” was in eerste instantie het terrein waar we gedurende de
natuurgidsencursus
de verschillen tussen de vier seizoenen moesten waarnemen. Hoe vaker we het
gebied bezochten hoe meer we het gebied en de omgeving zijn gaan waarderen,
de rust, de ruimte en binnen een straal van zo’n 3 kilometer van Oude-Tonge
toch zo veel afwisseling. Met deze wandeling willen wij graag ook anderen van
het gebied laten genieten. Deze handleiding kunt u beschouwen als uw gids bij
een rondwandeling in en om het natuurgebied “De Groote Kreek”, gelegen ten
zuidoosten van Oude-Tonge. In de omrande kaders staat extra
achtergrondinformatie over kenmerkende of bijzondere onderwerpen die u
tijdens deze wandeling tegenkomt.
Reisadvies en beginpunt van de wandeling
Parkeergelegenheid: Op de Kaai of bij het busstation kunt u uw auto
parkeren of elders in het dorp.
Openbaar vervoer: Vanaf het metrostation Rotterdam Zuidplein bus 133
of 136 naar Oude-Tonge. Vanuit Zierikzee bus 133 en vanuit Stellendam bus
136. Uitstappen bij het busstation, rechtsaf de Stationsweg volgen en bij de
Emmastraat rechtsaf richting de kerk lopen. Voor de vertrek en aankomsttijden
kunt u bellen met 0800-9292 (ov-reisinformatie).
Horeca: Aan de Kaai bevinden zich diverse horecagelegenheden. Op
zondag zijn veel zaken gesloten, dus doet u er verstandig aan zelf wat eten
en drinken voor onderweg mee te nemen.
Ontstaansgeschiedenis
Voordat u aan de wandeling begint is het de moeite waard iets over het
ontstaan van dit gebied te vertellen. Het gebied heeft vele verschillende
perioden gekend.Tot laat in de middeleeuwen bestond het gebied uit
veenlandschap met een begroeiing van heide, veenmos en wat berken. Er liepen
enkele met riet omzoomde veenstroompjes door, de Tille en de Striene. Na een
veenafwatering in noordelijke richting via het zich vormende Haringvliet en
een uitbreiding van zeeinvloed ontstond getijdeinvloed vanuit het westen.
Rond 800 veronderstelt men hierdoor het afbreken van veengroei en vorming van
slikken en gorzen met mariene zand- en kleiafzettingen. Het veenwatertje de
Tille werd zo een vloedkreek. Het graven naar veen (brandstof en grondstof
voor zout) heeft waarschijnlijk de overstroming bevorderd. Het gespaarde veen
raakte bedekt met zeeklei en zeezand en werd daarbij doordrenkt met zout
water. Door opstuwing van rivier- en zeewater ging veel land verloren en er
ontstond langzamerhand een landschap met begroeide platen (gorzen) en open
slikken. Ten westen van de Tille ligt in 1284 Grijsoord, dat later Oude-Tonge
genoemd. Het woord Thonge stamt uit ongeveer 1438 en was een stuk slik of
gors. Het dorp heette eerst Nieuwe Tonge, maar werd met de bedijking van het
huidige Nieuwe Tonge “Oude-Tonge” genoemd.
Veel stormvloeden teisterden het gebied, maar bouwden het ook
op, want vanuit de geulen werd sediment afgezet op het overstroomde land.
Zware stormvloeden zijn bekend uit de 14e eeuw, met als hoogtepunt
de Sint Elisabethsvloed van 1421, wanneer de hele Zuidhollandse Waard ten
onder gaat en de Biesbosch ontstaat. In de 15e eeuw werden veel
gorzen uitgegeven ter bedijking. Hierdoor werd akkerbouw mogelijk en in fasen
ontstond vervolgens het huidige Goeree-Overflakkee. In 1600 werd o.a. de
Magdalenapolder bedijkt en in 1647 de Heerenpolder. Er werd daarbij rekening
gehouden met de havengeul (De Krammer), die voor Oude-Tonge open moest
blijven. Na 1650 werd voor de afronding van Flakkee gezorgd. Naar aanleiding
van de watersnoodramp kreeg Oude-Tonge in 1954 een hoogwaterkeersluis bij de
monding van de Krammer.
Het kreeksysteem van Oude Tonge ligt op de zandige opvulling
van de Tille en ligt daardoor als geheel wat hoger dan de overige
kreekbeddingen. Dit heeft ook te maken met een jonger verlandingsstadium
(later bedijkt, dus langer afzettingen). Het laatste deel van de Groote Kreek
heeft lange tijd een zeer natuurlijk karakter behouden. Er was een
aanzienlijk eb en vloed verschil en een brede strook gors met diverse
zoutplanten. Door de afsluiting van de Krammer en de Grevelingen met de komst
van de Grevelingendam (1964) en de Philipsdam (1987) is hier echter niets
meer van terug te vinden.
Start van de wandeling
De wandeling start bij de van oorsprong Katholieke, maar
nu Nederlands Hervormde Kerk welke is gebouwd in de 15e eeuw.
|
Nederlands Hervormde Kerk
stamt uit de 15e eeuw. Zoals vermeldt deed de kerk eerst dienst
als Katholieke Kerk. In 1759 is in de Nieuwstraat de huidige Katholieke
Kerk gebouwd, welke op 2 december 1897 in gebruik werd genomen. Vroeger
liep om de Kerk een gracht, wanneer deze is gedempt is niet bekend. De kerk
had tot 1812 een koepelvormige top, welke er in de Franse Bezetting is
afgehaald om plaats te maken voor een telegraaf. Tijdens de restauratie in
de jaren zestig is de toren weer van een spits voorzien. Tot aan de Tweede
Wereldoorlog had de toren twee kerkklokken met de namen Sint Salvator en
Maria. In de oorlog zijn de klokken door de Duitsers verwijderd en
omgesmolten voor het maken van wapens. De nieuwe kerkklokken hebben de
namen Wilhelmina en Juliana gekregen |
 |
|
 |
Vervolgens loopt u de Voorstraat in tot aan de Kaai. In de
Voorstraat en aan de Kaai bevinden zich enkele monumentale panden, zoals
Voorstraat nummer 13, 19, 26, 28, 25 en 27 en het oude gemeentehuis aan de
Kaai uit 1742 met het gemeentewapen op de gevel, dat is ontleend aan het
geslacht Ruygrock. |
Oude-Tonge is evenals Middelharnis, Sommelsdijk, Nieuwe
Tonge, Dirksland en Ooltgensplaat een kerkringdorp. Kenmerkend is dat de kerk
wordt omringd door bebouwing (Kerkring). Tussen de ring en de kerk bevond
zich vaak een gracht en rond de kerk een begraafplaats. De meeste grachten en
begraafplaatsen rond de kerken zijn in de loop van de tijd verdwenen. Nieuwe
Tonge heeft nog wel een gracht rond de kerk. De kerkringdorpen ontstonden op
een plek waar een kreek de buitendijk ontmoette. Daar was dan de haven met de
kaai aanwezig. De haven is met de Kerkring verbonden via een Voorstraat waar
de “gegoeden” woonden. Parallel aan de Voorstraat loopt aan beide zijden een
achterweg. In het geval van Oude-Tonge een West- en een Oostachterweg. Aan de
achterweg woonden de arbeiders met schuren en koetshuizen van de bewoners van
de Voorstraat. Het dorp werd beschermd door een dijk waar tevens de molen
stond (Molendijk en Oostdijk).
Op de Kaai houdt u linksaan
langs de huizen en komt u vervolgens op de Heerendijk uit. Hier gaat u
rechts. Direct links kunt u via een smal laantje het Massagraf van de
Watersnoodramp 1953 bereiken.
|
Oude-Tonge is vanwege zijn relatief
lage ligging het zwaarst getroffen dorp tijdens de watersnoodramp geweest. In
totaal zijn 301 van de toenmalige 3.000 inwoners tijdens de ramp om het leven
gekomen. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd het dorp verrast
door de zware storm, gecombineerd met springtij en het plotseling oprukkende
water. De schade aan het dorp en het omringende land was enorm. Hele straten
waren door het snel stromende water weggevaagd. In het Streekmuseum te
Sommelsdijk is een fotoreportage van de ramp te zien. |
 |
|
Als u, teruggekomen op de Heerendijk verder loopt, kunt u
genieten van het uitzicht op de Haven van Oude-Tonge. Zeker in de
zomermaanden is Oude-Tonge een favoriete aanlegplaats voor vele
watersportliefhebbers.
De
Heerendijk loopt u uit tot aan de bocht naar links. Hier gaat u linksaf onder
langs de Heerendijk. Zo loopt u het gebied “De Groote Kreek” in. Voordat u
dit doet is het echter de moeite waard eerst de Heerendijk verder te
vervolgen. Vanaf de dijk heeft u na circa 300 meter een mooi uitzicht over
het gebied. U kunt de loop van de Groote Kreek hiervandaan goed zien. Tevens
ziet u de daarnaast gegraven watergang.
|
 |
 |
Deze
watergang is gegraven om de waterhuishouding voor de landbouw goed te regelen
en is in het beheer van het Waterschap Goeree-Overflakkee. De akkerbouwers
zijn gebaat bij een hoog waterpeil in het groeiseizoen en in de winter met
een lager peil. In de natuur is het eigenlijk precies andersom. In de zomer
regent het immers veel minder dan in de winter. De Groote Kreek ligt qua
waterhuishouding geïsoleerd t.o.v. het aangrenzende gebied door enkele
dammen. Het peil van de Groote Kreek wordt kunstmatig constant gehouden op
een peil van 1.20 m. beneden NAP |
Aan uw rechterhand heeft u uitzicht op de Aymon-Louise Polder
en kunt u via een schapendijkje de hoogwaterkeersluis bij de Krammer-Volkerak
bereiken. De Krammer- Volkerak is een favoriet gebied voor verschillende
soorten eenden, zoals Kuifeenden en Smienten maar ook voor Futen,
Aalscholvers en diverse soorten meeuwen.
Naar
aanleiding van de ruilverkaveling in 1980 is er in een zgn. landschapsplan
een aantal gebieden aangewezen voor aanplanting van bos. Het doel hiervan is
het veiligstellen en versterken van de ecologische, cultuurhistorische en
ruimtelijke waarden van het landschap op Flakkee. Voor het gebied “de Groote
Kreek” is gekozen voor multifunctioneel bos met recreatieve doeleinden. Het
gebied is sinds 1991 in beheer bij Staatsbosbeheer en in de winter van
1992-1993 is het huidige bos aangelegd. Het aangrenzende weiland dat in de
zomermaanden wordt begraasd door kalveren is er later bijgekomen. De
bemesting op het grasland wordt minimaal gehouden om op termijn de
mogelijkheid open te houden het gebied als waardevol grasland te benutten.
Het grasland is niet toegankelijk.
Bij de keuze van de beplanting is rekening gehouden met de bodemkundige,
hydrologische en klimatologische mogelijkheden van het gebied en de wensen
vanuit de omgeving zoals recreatie en natuur. Veel van de beplanting op
Flakkee is na de watersnoodramp van 1953 aangeplant en bestaat hoofdzakelijk
uit Populier. Voor de watersnoodramp was er nog sprake van kavelbeplanting en
geriefbosjes. Momenteel vindt er hoofdzakelijk akkerbouw in het gebied plaats
en en willen de akkerbouwers een open landschap waarin voornoemde
landschapselementen niet meer passen. Daarnaast heeft de mogelijke
houtopbrengst een rol gespeeld bij de keuze van de soorten (Populier).
Populieren zijn snelle groeiers en zij zorgen er voor dat er al vrij snel
sprake van een “bos” kan zijn. Binnen 40 jaar zal het bos door het langzaam
uitdunnen van de Populier veranderen en zullen duurzamere boomsoorten, zoals
Eik, Els en Iep de boventoom gaan voeren. De duurzamere soorten krijgen bij
het groeien in aanvang dus beschutting van de populieren. Het hout van de
populieren die worden gekapt wordt verkocht. Om te zorgen dat de bomen niet
te veel zijtakken krijgen, waardoor er veel knoesten in het hout ontstaan
worden de populieren dicht op elkaar geplant en dienen de bomen geregeld te
worden gesnoeid.
Terug naar de ingang van “De
Groote Kreek”. U loopt over een smal asfaltpaadje het gebied in en komt al
direct langs een bossage. In de bossage staan onder andere Populier, Eik,
Iep, Sleedoorn, Gelderse Roos, Zwarte Els, Krent, Vlier en Wilde
Liguster.
U kunt het asfaltpaadje door het gebied heen blijven volgen.
Onderweg komt u onder andere de volgende plantensoorten tegen: Luzerne, Witte
en Rode Klaver, Fluitekruid, Wilde Peen, Smeerwortel, Hondsdraf,
Zilverschoon en Voederwikke.
 |
U kunt het asfaltpadje blijven volgen, maar u kunt ook daar
waar het pad het bos doorkruist langs het schouwpad blijven lopen. In de
winter is dat zeker de moeite waard. Langs de Groote Kreek kunnen dan veel
Smienten, Wilde Eenden, Meerkoeten en diverse soorten ganzen, waar onder
de Grauwe Gans fourageren
|
 |
Smient
(Anas penelope); Smienten,
of fluiteenden in de volksmond, brengen in soms zeer grote groepen de
winter in Nederland door. Het mannetje heeft een kastanjebruine kop met
geel voorhoofd, een grijs lichaam, roze borst en witte vleugelvelden. Het
vrouwtje heeft een bruine ronde kop en roestbruine flanken. De smient komt
uit Noord-Europa waar hij tussen dichte vegetatie nestelt. Het wintermenu
bestaat uit gras en waterplanten.
|
|
Grauwe Gans
(Anser anser); De grootste gans binnen deze familie (L 75-90
cm en vleugel-wijdte 147-180 cm).
De gans overwintert in grote aantallen in Nederland en
fourageert op de weilanden. Vroeger overwinterde de soort alleen maar in
Nederland maar momenteel worden er steeds meer broedgevallen waargenomen.
De paartjes blijven hun hele leven bij elkaar. De band is zo hecht dat
als een van beide komt te overlijden de ander voor de rest van zijn leven alleen achterblijft. Het nest van de Grauwe Gans ligt tussen de
vegetatie langs de oever aan de rand van een
plas of op een eilandje. Het nest wordt voortdurend aangevuld met dons.
Dit dons wordt gebruikt om de eieren te
bedekken als het vrouwtje het nest tijdelijk verlaat. Het mannetje broedt
niet maar houdt de wacht bij het nest.
De jongen kunnen op een leeftijd van twee maanden vliegen maar kunnen nog
wel tot het volgende broedseizoen bij hun ouders blijven rondhangen. De Grauwe Gans is een van de
voorvaderen van de tamme gans.
|
 |
 |
Het
gebied uitlopend komt u op de Schinkeldijk. U gaat hier linksaf richting
Oude-Tonge. U vervolgt de Schinkeldijk tot aan de Magdalenadijk. Op de
helling van deze typisch Flakkees stukje dijk staat onder andere Fluitekruid,
Kleefkruid, Hondsdraf en Boterbloem. U gaat linksaf en uitgekomen op de
Oostdijk gaat u linksaf. Alhoewel deze dijk soms druk kan zijn met
autoverkeer raden wij u toch aan langs het water “de Spuikom” te blijven
lopen. Met name in de winter kunnen hier interessante vogelsoorten zitten
zoals Kuifeenden,
smienten en
Zaagbekken. Aan het einde van de Oostdijk kunt u linksaf de Kaai oplopen,
waar u eventueel kunt genieten van een versnapering bij een van de
horecagelegenheden. |
Plattegrond met route:

Voor de samenstelling van deze wandeling is de volgende
literatuur gebruikt:
-
G.B. Bannink en J.M.M. van Meer,
Goeree-Overflakkee van De Punt tot De Plaat, ter ere van het 25-jarig bestaan
van De Klepperstee 1991, Van Koppen B.V.;
-
B. Bruun, H. Delin en L. Svensson, Bruun’s
Vogelgids, 9e druk, Tirion 1995;
-
B. Boers, Beschrijving van het eiland Goedereede
en Overflakkee, Sommelsdijk 1843;
-
R. Fitter, A. Fitter en M. Blamey, Nieuwe
bloemengids, de wilde bloemen van Noordwest-Europa, 8e druk
(Thieme);
-
Heidemij Adviesbureau, Inrichtingsplan
Ruilverkaveling Flakkee 1990;
-
De Horst, Uitwerkingsplan Zuidhollandse Eilanden,
Staatsbosbeheer regio 7, projectnummer 48.d versie 06-07-1998;
-
N. Jonker en W. Menkveld, Planten in de polder, 1e
druk 1998 (Schuyt &Co);
-
A. Koster, Vademecum wilde planten, 3e
druk 1994 (Schuyt &Co);
-
K. Stastny, Watervogels, in de serie Reis door de
natuur, 1993 R&B Lisse;
-
Vereniging voor Natuur- en Landschapsbescherming
Goeree-Overflakkee, De Kreken van Oost-Flakkee, 1980;
-
N. Vermeulen, Kruidenencyclopedie, 2e
druk 1993 (Rebo Productions);
-
M. Visscher: Goeree-Overflakkee tussen twee
provinciën, 1e druk 2000;
-
Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra en T.
Westra, Nederlandse Flora, wilde planten en hun relaties, herdruk 1999 (IVN,
KNNV en VARA)